Beestjes

Hier op de Filipijnen zitten beestjes. Het valt reuze mee hoor. Niet om ’s nachts wakker van te liggen. Meestal dan.

Als eerste hebben we de welbekende muggen. Opzich gewoon vrij irritant. Ze houden van mij. Ik niet van hun. Ze prikken mij helemaal lek. Vooral mijn enkels. Ik heb wel deet mee, maar dat is ook vies spul. Moet je maar eens deet smeren en daarna je vingers aflikken. Bluh. Maar ondanks dat je het niet op moet eten gebruik ik het niet graag. Ook een beetje luiheid. Gevolg: Flink wat muggenbulten. Soms wordt ik ’s nachts wakker en heb ik ontiegelijke jeuk. Dus krab ik de helft open. Hetgeen waar ik een beetje bang voor ben is dengue. Een ziekte die door muggen overgedragen wordt. Het valt mee. Maar 1% van degene die het krijgt gaat dood.

Ook in de categorie insecten: Mieren. Als ik iets eetbaars heb liggen kun je ervan uitgaan dat er de volgende dag een spoor loopt van de ene kant van mijn kamer, naar de andere, met allemaal kleine miertjes. Voor zover ik weet bijten ze niet, maar het is vervelend dat ze mijn eten opeten.

Dan hebben we de vijand van de insecten: de hagedis. Ook al regelmatig op mijn kamer gespot. Ik weet niet waarom maar ik vind ze er iets minder lief uit zien dan de mediterrane hagedis. Hier lijken ze wat glibberiger ofzo. Ik kreeg al de vraag of ze hier gekko’s heten, maar iedereen noemt ze lizzards. Ik heb er inmiddels vrede mee dat ze er zijn. Ze eten immers muggen. Maar toch…..


Ik heb één keer een kakkerlak door mijn kamer zien lopen. Hierna nooit meer gevonden, ook niet toen er een paar meisjes van Let’s Care op kakkerlakkenjacht gingen op mijn kamer. Ik hoop dat ‘ie weg blijft. Ik heb gehoord dat ze kunnen bijten.

Op het strand lopen schelpjes. Met krabbetjes erin. Soms maken ze een ommetje en zijn ze te vinden op Let’s Care, het gebouw staat zo’n twintig meter van de zee. Ben ik niet zo bang voor, de meesten zijn niet grote dan een centimeter.


Mijn grootste vijand: kat Bonnie. Woont hier ook in Let’s Care. Kwam al vrij snel rondjes om mijn benen lopen, mij kopjes geven en naast me zitten. Ik vond het opzich allemaal prima. Totdat hij voor het eten naast me zat en zijn poot, inclusief uitgestrekte nagels, ik mijn gezicht stak. Hij heeft me vlak onder mijn oog gekrabd. Rotbeest. Ik vind nu dat we geen vriendjes meer zijn. Hem is dat blijkbaar nog niet helemaal duidelijk. Ik heb nu bij het eten mijn water klaar staan. Als hij dreigt om naast me te gaan zitten of op mijn schoot, dan krijgt hij een plens water over zich heen. Misschien denk je: ‘Ach, zo’n klein krabje, wat zeur je nou?’ Nou. Ten eerste ben ik gewoon nog steeds boos op dat beest. Maar beten of krabben van beesten als katten, honden en vleermuizen kunnen mij besmetten met rabiës. Nu ben ik wel ingeënt, maar dat geeft me geen volledige bescherming. En rabiës, oftewel hondsdolheid, is niet leuk. Dan liever dengue.


En er is hier nog een hond, Lucky. Maar die is bang voor mij. Ik heb hem een paar keer flink toegesproken toen hij hard aan het blaffen was. Nu rent hij vaak weg van mij. Bij een doorgang waar zijn eten aan de andere kant staat en ik in het midden, durft hij er niet langs. Ach, beter dan Bonnie.

Liefs,

Iris

Stel gerust je vragen in de reacties!