Er op uit: Malalison Island
Het beste is voor het laatst bewaard. In mijn laatste weekend bij Let’s Care ben ik naar Malalison Island geweest. Of Mararison Island. Zelf weten ze het ook niet. Vrijdag zouden we naar Malalison gaan. De dag ervoor kregen Chris en ik de vraag of we er wilde overnachten. Natuurlijk! Ik had er inmiddels al zo veel goeds over gehoord dat ik het dan ook wel goed wilde doen. Dit eiland wordt ook wel ‘Little Boracay’ genoemd. Borocay is het eiland waar iedereen heen gaat voor een luxe-wit-strand-vakantie.
Die bewuste vrijdag zijn we om 6 uur vertrokken. De auto was niet beschikbaar, dus zijn we met een klein busje naar Culasi gegaan, zo’n tweeëneenhalf uur tijden.Het weer was redelijk, maar onderweg begon het steeds meer te regenen. Bij aankomst in Culasi was het droog. We gingen met een klein bootje naar het eiland, ongeveer een kwartiertje varen. Bij aankomst was het de vraag waar we wilde slapen. In een cottage of een lodge. Een cottage is een hutje waarin je een paar bankjes hebt. Het staat op het strand en is niet afgesloten. Nu was de lodge niet heel veel meer. Hier zaten kamers in, met bedden. En het had een badkamer. Soort van. Een hok met een lage wc zonder wc-bril en een kraan met een emmer. En er is elektriciteit van 6 tot 10 uur in de avond. Toch zijn we voor de lodge gegaan.
Spullen daar gedumpt en op pad gegaan. We gingen wandelen over het eiland. Nadat we het dorpje uit waren gingen we de bergen in. Al snel kwamen we bij de basisschool. Het eiland is dus zodanig bewoond dat het een dorp met een basisschool heeft. Meer ook niet. Maar die basisschool kwam wel goed uit. Het begon namelijk heel hard te regenen. Hier hebben we een tijd staan schuilen. De klassen vonden ons wel interessant.
Toen de douche weer was uitgezet konden we rustig aan verder. Het pad wat we gingen wandelen was bijna een waterval. Hierna is het niet meer gaan regenen en was de temperatuur eigenlijk perfect. Nog steeds warm, want bij een tropische regenbui koelt het nauwelijks af, maar wel aangenaam doordat de zo’n niet volop scheen. We zijn elke bult van het eiland op gelopen en hebben tussendoor nog bij een strandje gezeten met een kleine grot. En aan het eind was nog een pad met grote betonnen treden, die schuin lagen. Hier ben ik nog behoorlijk had uitgegleden. Dikke schram op mijn arm, maar verder gelukkig niets.
Terug bij de lodge kwam de vraag wat we wilden eten. We hadden keuze uit vis, vis en vis. Er was een koelbox waar verschillende vissen inzaten. Op uiterlijk moest er bepaald worden welke vis het haasje was. Ze waren al dood hoor. Na een biertje aan het strand en een paar goede gesprekken konden we in de lodge aan tafel. De vis was gegrild met groenten. Natuurlijk was er genoeg rijst. Stiekem denk ik dat het de lekkerste vis tot nu toe hier in de Filipijnen was.
Hierna nog een hele tijd buiten gezeten tot het koud en donker werd. Toen maar eens het bed uit proberen. Even het matras voelen. Veren. Ze staken er nog net niet uit. In het begin kon de ventilator nog aan. Maar na ongeveer een half uur ging hij uit. Dit zorgde ervoor dat het warmer werd, maar ook dat de muggen binnen kwamen. Ook voelde ik op een gegeven moment mieren kruipen. Over mijn benen. Chris hield het voor gezien en verhuisde midden in de nacht naar buiten, hij ging in een cottage slapen. Daarna kwamen de muggen die eerst alleen hem lastig vielen ook mijn kant op. Normaal kan ik overal slapen. Maar ik denk dat ik deze nacht 2 uurtjes werkelijk heb geslapen. Om half 6 werd ik gewekt door de radio van de buren. Vol volume naast mijn raam.
Goede reden om vroeg naar het strand te gaan. Bewolkt, dus geen zonsopgang, maar wel lekker koel en zonder insecten. Na een ontbijtje, zelf meegebracht brood, gingen we weer op huis aan. Ik had al gezien dat de zee er niet rustig uitzag. De zee was heel onrustig. Toen we in de boot zaten wilde de motor niet starten doordat ‘ie nat was. Na heel vaak proberen begon hij te brommen. Ik hoorde Filipino’s praten over een tricycle. Bij navraag bleek dat we niet naar de haven konden waar we vandaan kwamen, maar dat we een andere haven moesten. Bijna de hele vaart heb ik met een dikke glimlach op mijn gezicht in de boot gezeten. Zelfs tijdens de golven die in de boot sloegen en toen we steeds verder op zee vaarden. De boot kon niet in een rechte lijn naar de haven varen. Eerst moesten we parallel aan de golven varen en daarna haak, er moest een bocht van 90 graden gemaakt worden. Ik merkte dat ik het laatste stukje een beetje misselijk werd. Toen ging het ook behoorlijk wild, zo met de golven mee. De gehele vaart duurde minstens 30 minuten. Aan het einde dacht ik wel af en toe ‘Ik heb zwemdiploma A, B en C, dus ik kan naar de kust zwemmen!’ en ‘Die mannetjes die de boot besturen willen ook niet omslaan en dood, dus die zullen wel hun best doen, toch?’. Gelukkig weer veilig en zeiknat aan land gekomen. Mijn zeebenen moesten weer even wennen aan het vaste land en daarna zijn we weer met een busje naar Let’s Care gegaan.
Op Let’s Care aangekomen nog weer proberen te slapen, doodmoe, maar het lukte niet. Wel weer een mooi avontuur meegemaakt. Het was lekker Back to Basic!
Liefs,
Iris
Stel gerust je vragen bij de reacties!



